Vaktermen

A-formaat
Eenheidsformaat voor papier, waaraan drukpersformaten zijn gerelateerd (zoals A4).

Aanleg:
Strook van ongeveer 1 centimeter aan de grijperkant van het te bedrukken papier.
Deze strook kan niet bedrukt worden, omdat de drukpers de ruimte nodig heeft om het papier in de machine door te voeren

Adhesie
Het zich aaneenhechten van twee verschillende stoffen, bv inkt of papier.

Afloopkant
Het laatste bedrukte gedeelte van een vel. Aflopend Vlakken, foto‘s of lijnen raken de buitenrand van het drukwerk, deze moeten dan in het beeld worden aangesneden, op het drukvel lopen deze beelden 3mm. van het schoongesneden vel af.

Afsnede
Het gedeelte van het drukvel dat na het drukken wordt afgesneden.

Afwerken
Alle handelingen die nadat een vel gedrukt is nog nodig zijn om tot een eindprodukt te komen (zoals snijden, vouwen etc.)

Bedrukbaarheid
Noodzakelijke eigenschap (qua kleur, densiteit, droging, ..) van papier en andere materialen om de druk uniform te kunnen weergeven

Beeldpunt
Kleinste grafische elementen voor de weergave van beeld op beeldschermen of op afdrukken.

Binnenwerk
(Het boekblok) Dat deel wat niet tot het omslag wordt gerekend

Bladspiegel
De stand van de zetspiegel op het papier, met inbegrip van de witruimten cq. de marges.

Bord
Karton dat een gramsgewicht heeft van meer dan 500g/m2.

Borden
De kartonnen voor- en achterstukken van een harde omslag.

Brocheren
Afwerkingsmethode, waarbij de genaaide of garenloos verzamelde vellen, al dan niet nagesneden, aan een omslag worden bevestigd.

CMYK
De gangbare afkorting voor Cyaan, Magenta, geel (Yellow) en zwart (black). Dit kleurensysteem wordt toegepast bij standaard vierkleurendruk (full Colour).

Centreren
Zetsel waarbij regels en tekstblokken om een denkbeeldige middenas zijn gegroepeerd, links en rechts van de middenas zijn zowel tekst- als withoeveelheid aan elkaar gelijk.

Coating
Op papier aangebrachte afwerklaag. Geeft een gesloten, glanzend of mat resultaat. De afkorting ‘MC‘ staat voor Machine Coated papier.

Collationeren
De controle in de boekbinderij op de juiste volgorde van de vergaarde vellen.

Contrast
Verschil in zwarting of helderheid bij afbeeldingen.

Corps
Lettergrootte, uitgedrukt in punten (bijv. 10 punts Helvetica).

Courantdruk
Houthoudend, machineglad papier voor kranten.

Cyaan
De groenblauwe kleur, complement van primair rood, gebruikt bij quardri druk.

DIN-schaal
Genormaliseerde kleuren voor vierkleurendruk. Het systeem is gebaseerd op zwart-geel-magenta-cyaan (YMCK) voor vierkleurenwerk, en op magenta-geel-cyaan (RGB) voor driekleurenwerk.

DPI
Dots per inch. Eenheid van resolutie van uitvoerapparaatuur uitgedrukt in punten (dots) per strekkende inch. Eenheid van rasterlineatuur. De resolutie van een beeldscherm is over het algemeen 72 dpi, de resolutie van een te drukken foto is 300 dpi.

Densiteit
Zwarting, donkerheidsgraad van tint.

Desktoppublishing (DTP)
Verzamelnaam voor grafische opmaak- layout- en retoucheerwerkzaamheden m.b.v. grafische software zoals Quark Xpress, Photoshop en Illustrator en Indesign.

Diapositief
Film of afdruk waarbij de letters uitgespaard zijn in een gekleurde of zwarte achtergrond. Op wit papier betekent dat dus dat de letters wit zijn (papierkleur) en de achtergrond gekleurd of zwart (inktkleur).

Dienstenvelop
Envelop zonder venster met sluiting aan de lange zijde.

Diepdruk
Een diepdrukprocédé, waarbij de rasterpunten zowel verschillend zijn in diepte als in grootte.

Digitaliseren
Het ontleden van tekst of letterbeelden tot digitale codes.

Domeinnaam
Adresnaam van een host (bijv. een bedrijf) op het internet. Achter de domeinnaam gaat een numeriek adres schuil: het IP-adres. Via dat adres vind je de website die je zoekt.

Doorzicht
Transparantie van papier indien het bekeken wordt tegen het licht in.

Doubleren
Tekortkoming bij inktgeving : de inktlaag vertoont op bepaalde delen verschillende dikten. Deze plekken komen min of meer overeen met de vorm van het gedrukte beeld.

Drukformaat
Papierformaat dat bedrukt wordt, inclusief paskruizen en snij- en vouwlijnen.

Drukgang
Het papier gaat éénmaal door de pers. Voor een 4-kleurendrukwerk, zijn er op een éénkleurpers vier drukgangen nodig; op een vierkleurenpers slechts één.

Drukvel
Een bedrukt vel papier uit de oplage.

Dummy
Op inslag gevouwen proefexemplaar van het te drukken boekje of folder.

Duotoon
Een beeld dat is opgebouwd uit twee drukkleuren. Techniek om van een zwartwitfoto een sepia-achtig beeld te creëren. Er wordt één opnamemodel gebruikt met twee verschillende rasterstanden.

Effenheid
De mate waarin het oppervlak van papier of karton overeenkomt met een (theoretisch) plat vlak. Hoe gladder het papier bijvoorbeeld MC, hoe mooier de bedrukking wordt. Het gladde papier heeft een dichte oppervlaktestructuur opgevuld door vulstoffen en hierdoor zakt de inkt minder diep in het papier waardoor de kleuren frisser blijven en er een fijnere rasterliniatuur gebruikt kan worden.

Font
Verzamelnaam voor de varianten van een lettertype. Een font bestaat uit alle tekens van het alfabet die voorhanden zijn (kapitalen, onderkast), plus cijfers, leestekens, accenten en bijzondere tekens van een lettertype.

Full-colour
Naam voor het drukbeeld dat ontstaat als met de 4 basisdrukkleuren (CMYK) bijv. een kleurenfoto afgebeeld wordt. G/mm2 Eenheid waarin het gewicht van papier uitgedrukt wordt; het aantal grammen dat een vierkante meter papier weegt. Briefpapier wordt bijvoorbeeld doorgaans op 80 grams papier gedrukt.

GIF
Een gecomprimeerd bestandsformaat voor beeldmateriaal, op basis van 256 kleuren, dat veel wordt toegepast op internet.

Garenloos gebrocheerd
Vellen/katerns worden vergaard, vervolgens in de rug gefreesd, gelijmd en met omslag omtrokken.

Garenloosbinden
Bindwijze waarbij de rug van het boekblok wordt weggesneden of gefreesd en door middel van lijming in de band wordt gehangen (zoals een telefoonboek).

Gebrocheerd
Een boek waarvan de vellen genaaid of garenloos gebonden zijn, voorzien van een papieromslag. Gehecht gebrocheerd In elkaar gestoken vellen voorzien van twee nietjes.

Gekartonneerd
Voorzien van een harde band, die van papier is vervaardigd.

Genaaid gebrocheerd
Katerns worden met garen aan elkaar genaaid en vormen zo een boekblok, daar omheen wordt een band aangebracht m.b.v. schutbladen.

Gesatineerd
Papier met een gladde, maar niet glanzende oppervlakte.

Gesatineerd papier
Glanzend gecoat papier, de glans wordt bereikt middels het machinaal aanbrengen van een strijklaag.

Gestreken papier
Papier voorzien van een speciale matte of glanzende strijklaag. (bijv. mc papier)

Gestreken papier/karton
Papier/karton dat is voorzien van één of meer strijklagen van krijt en/of porseleinaarde. Daardoor is het mogelijk er met fijne rasters op te drukken. De strijklaag kan mat, ‘silk‘-achtig, glanzend en zelfs hoogglanzend zijn.

Gramgewicht
Benaming voor de massa per oppervlakte van papier, aangegeven in grammen per vierkante meter, aangeduid als g/m2. Deze aanduiding zegt in principe niets over de dikte van het papier (zie opdikking). U kunt dit omrekenen door het gewicht te delen door de lengte en breedte van het papier.

Grid
Andere naam voor stramien.

Grijper
Onderdeel van een vellenpers die het te bedrukken vel vasthoudt tijdens de druk.

Grijperwit
Strook van het papier dat niet bedrukt kan worden ten gevolge van de grijpers die het papier door de machine voeren. De breedte van het grijperwit varieert tussen 5 en 15 millimeter en is afhankelijk van het persformaat. Aflopend drukbeeld kan hierdoor nooit op het ‘schone‘ formaat gedrukt worden.

Guillocheren
Het aanbrengen van een ingewikkeld lijnenpatroon dat vervalsing sterk bemoeilijkt.

HTML
Paginaopmaaktaal voor internet om tekst te structureren en zogenaamde links naar andere documenten te realiseren (hypertext). HTML wordt nog steeds uitgebreid met meer geavanceerde versies.

Helderheid
Eigenschap die toegekend wordt aan een kleur: De helderheid is groter naarmate de kleur minder zwart bevat.

Hoerenjong
Typografische benaming voor een enkel woord aan het einde van een alinea dat bovenaan het begin van een nieuwe kolom staat.

Holografie
Fotografiemethode met als lichtbron een laser. Een hologram geeft daardoor een driedimensionaal effect.

Homepage
De beginpagina of openingspagina van een website.

Houthoudend papier
Papier dat voor een deel, meer dan 10%, uit houtslijp bestaat. Houtslijp is pulp van vezels die nog lignine, kitstoffen (incrusten) en hars bevatten. Dit papier vergeelt vrij snel. De duurzaamheid is minder dan bij houtvrij papier.

Houtvrij papier
Papier dat gemaakt wordt van boomvezels die met behulp van chemicaliën ontsloten en ontdaan zijn van de stoffen die voor een snelle veroudering zorgen.

Huisstijl
Vormgeving die toegepast wordt in alle (grafische) visuele uitingen van een organisatie. De uitingen voldoen aan (soms vastgelegde) richtlijnen m.b.t. opmaak, kleurstelling en gebruik van lettertypen en uitvoering zoals beeldmerken, drukwerk, belettering van wagenpark,bedrijfskleding, bewegwijzering, gevelbelettering en kantoorinrichting. Ze geven een organisatie een herkenbaar ‘eigen‘ gezicht.

Inktlaag
De inkt die de druk vormt.

Inslagschema
Geeft aan hoe de pagina‘s op het drukvel moeten worden gedrukt, zodat ze na te zijn gevouwen en gebrocheerd op de juiste volgorde staan.

Inspringen
Het aangeven van een nieuwe alinea door zoveel naar rechts te beginnen met de nieuwe alinea als de grootte van het corps, ‘een vierkantje wit‘.

Interlinie
Ruimte tussen twee tekstregels, uitgedrukt in punten of millimeters.

Ivoorkarton (Natuurkarton)
Effen, wit karton uit zeer goed gebleekte celstof; houtvrij; goed gelijmd; geschikt om te beschrijven; egaal van doorzicht, laat zich goed vouwen. Altijd éénlagig.

JPEG
Fotobestand-compressie standaard, op basis van duizenden kleuren. (.jpg)

Kalkeerpapier
Semi-doorschijnend papier gemaakt van katoenen lompen en houtcellulose, behandeld met natuurlijke hars en terpentijn of lijnolie met alcohol.

Kartonneren
Een boek in karton binden of innaaien.

Katern
Gevouwen drukvel, van 4, 8, 12, 16, 24 of 32 pagina‘s, meerdere katerns achter elkaar vormen het boekblok/binnenwerk van een boek/brochure.

Kleurechtheid
Eigenschap van kleurstoffen en pigmenten. Ze veranderen niet onder invloed van licht, tijdsverloop enz.

Kleurenkaart
Een kaart of boekje, waarin volgens een bepaalde standaard een groot aantal kleuren is afgedrukt, ter specificatie of vergelijking van de te drukken kleuren.

Kleurenprint
Laser- of inktjetafdruk van een (grafisch) computerbestand. Niet representatief, alleen indicatief voor het gedrukte eindresultaat.

Kleurenwaaier
Papieren waaier met daarin afgedrukt alle standaard drukkleuren van het Pantone Matching System.

Kleurproef
Druk, of uitprint (druksimulatie) ter beoordeling van reproduktiewerk.

Kleurscheiding
De verdeling van een kleurenbeeld in de afzonderlijke drukkleuren om deelfilms te maken waarmee in druk de kleuren worden gereproduceerd. Bij vierkleurendruk wordt het beeld dus gescheiden in 4 deelkleurenfilms.

Kleurzweem
Overheersende kleur in afbeeldingen bij een verstoorde kleurbalans. (Bijv. teveel rood in een afbeelding van een gezicht)

Knijpkant
De kant van het papier die door de grijpers van de pers wordt vastgehouden en waarop geen druk kan staan, een strook ter breedte van 9 à 10 mm.

Kolomwit
De ruimte tussen de tekstkolommen.

Kruisslagvouwen
De tweede vouw gaat dwars op de eerste vouw.

Kunstdrukpapier
Papier voorzien van één of twee witte of gekleurde strijklagen voorzien houtvrij basispapier; glanzend, mat of gesatineerd. Toepassing hoogwaardig reclamedrukwerk, tijdschriften met vaak zeer fijne rasters bedrukt.

Ligaturen
Combinaties van meerdere letters die met elkaar verbonden zijn, zoals, ae, ij, ff, fi, fl, enz.. De letters zijn afgespatieerd tot ze over/tegen elkaar staan.

Logo
Vaste schrijfwijze van een naam van een bedrijf of organisatie eventueel in combinatie met het beeldmerk.

Machine-coated (MC) papier
Papier met dunne strijklaag die op de papiermachine is aangebracht. Heeft een gesloten, oppervlaktestructuur(mat of glanzend) en is zeer geschikt voor het drukken van foto‘s of rastervlakken.

Magenta
Een basiskleur in vierkleurendruk: de paarsrode kleur

Marge
Vrije ruimte tussen papierrand en de afdruk.

Marmeren
Het aanbrengen van een op marmer lijkend patroon in verschillende kleuren op de sneden van een gebonden boek of op papier.

Moiré
Ongewenste optisch verschijnsel in de vorm van ruis/stippenstructuur in het gerasterde drukbeeld, die ontstaat als de rasterhoeken niet ver genoeg uiteenlopen.

NEN-normen
Door het Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven bladen waarin eisen, afmetingen en kwaliteiten ten behoeve van ondermeer de grafische industrie zijn aangegeven (bijv. papierformaten).

Naaien
Het met garen aan elkaar verbinden van de gevouwen vellen van een boek.

Nabewerking
Behandeling van drukwerk na het drukken, zoals snijden, rillen, vouwen en perforeren. Nabewerking kan ook een veredeling inhouden zoals lamineren of vernissen.

Nadonkeren
Eigenschap van de inkten die bij droging donkerder van kleur worden.

Oblong
Een drukwerkformaat met de rug of vouw aan de korte zijde, wordt ook wel ‘liggend‘ formaat genoemd.

Offset
Vlakdruktechniek gebaseerd op het principe dat water (vochtwater in de pers) en vet (drukinkt) elkaar afstoten. Het beeld wordt vanaf een metalen drukplaat, die eerst vochtig gemaakt wordt waarna de inkt op de vetaantrekkende delen (het drukbeeld) gezet wordt, via een rubber cilinder op het papier overgebracht.

Offsetdruk
Indirecte vlakdrukprocédé (meest gebruikte druktechniek).

Offsetproef
In offset vervaardigde proef op het juiste papier, in de juiste kleur.

Omslag
Verzamelnaam voor zware tot zeer zware (bedrukte) papier- en kartonsoorten die ter bescherming om een bepaalde drukwerkuitgave worden aangehecht.

Omslagpapier
Zwaar en stevig, meestal gekleurd papier voor omslagen van boeken en tijdschriften.

Opaciteit
Doorschijnendheid van papier, hoe hoger de opaciteit, hoe minder doorschijnend het is. Opaciteit speelt voornamelijk bij lagere gramgewichten. Tekst kan door de andere zijde van het papier gaan doorschijnen. Gesatineerd papier is vaak doorzichtiger dan niet gesatineerd papier van het zelfde gramsgewicht. Ook gebruik van vul- en lijmstoffen, de keuze van de vezel (houthoudend, houtvrij, kringloop) en de maling (hoe langer, hoe ‘vetter‘, dus hoe opaker) spelen een rol.

Opdikking
Dikte van papier ten opzichte van het gramgewicht.

Overlap
Het extra beeld aan 2 vormen die in verschillende drukkleuren exact in elkaar moeten passen. Deze extra ‘rand‘ eromheen zorgt ervoor dat de 2 vormen elkaar iets overlappen, zodat kieren voorkomen worden.

PDF (Portable Document File)
Bestandsformaat voor universele bestandsuitwisseling.

Pakpapier
Taai, stevig papier, speciaal gemaakt voor verpakkingsdoeleinden.

Pantone Matching System (PMS)
Internationaal kleurenmengsysteem voor offsetdruktechniek. Kleurenmengsysteem aan de hand waarvan men met negen basiskleuren, vier lichtechte kleuren en transparant wit en zwart, meer dan 700 standaarddrukkleuren kan mengen.

Papierdikte
De dikte van een vel papier, uitgedrukt in duizendste millimeters of duizendste inches.

Papierformaten
De papierformaten zijn in alle landen gestandaardiseerd (niet steeds gelijk) en genormaliseerd.

Parallelvouw
Een vouw die evenwijdig loopt aan een eerdere vouw in een afgedrukt vel.

Paskruis
Hulpteken op een lithografische film of drukplaat, dat het mogelijk maakt om meerdere kleurvormen nauwkeurig over elkaar heen te monteren en drukken.

Perforeren
Het aanbrengen van een rij gaatjes of scheurstreepjes om het papier makkelijk te scheuren.

Pixel
Picture element = beelelement. Het kleinste onderdeel waaruit een beeldscherm is opgebouwd. Digitale afbeeldingen zijn opgebouwd uit een verzameling pixels die elk een specifieke kleur of tint hebben. Het oog neemt verschillend gekleurde pixels waar als een enkele mengkleur.

Plano
Een ongevouwen vel papier.

Pregen
Een reliëf in papier aanbrengen door persing in een vorm en tegenvorm.

Puntverbreding
Ook wel genoemd Puntgroei. Effect dat optreed doordat het papier sterk zuigend is zoals krantenpapier en offset. Bij het drukken van gerasterde foto‘s en illustraties op papier met een min of meer open structuur, ontstaat er in de middentonen en diepe tonen rasterpuntverbreding door de wegslag van inkt in het papier. Hierdoor wordt het toonverloop in foto‘s ongunstig beïnvloed (50% raster wordt bijvoorbeeld 65%). Diepe tonen krijgen een vlekkerig beeld, ze verliezen scherpte en detail. Om dit te vermijden moet de lithograaf de puntgroei compenseren door de rastercurves te verleggen en verlagen. Bij kranten papier is de puntverbreding ca. 30%, bij offset- en bankpostpapier ca. 20 a 25%, bij mat MC ca. 5%.

RGB
Driekleurensysteem op basis van de primaire lichtkleuren rood, groen en blauw. Deze lichtkleuren worden gebruikt bij beeldschermrepresentatie en worden in druk nagebootst d.m.v. de proceskleuren (CMYK).

Recycled
Papierkwaliteit welke geheel of gedeeltelijk is gemaakt van vezels afkomstig van papierafval.

Registreren
Het ‘op elkaar‘ drukken van de voor- en achterzijde van een pagina of het naast elkaar drukken van kolommen, zodanig dat regels op gelijke hoogte staan.

Resolutie
Aanduiding van de kwaliteit van een afbeelding of uitvoerkwaliteit van een apparaat (bijv. printer) uitgedrukt in dpi.

Retoucheren
Het ‘opwerken‘ van foto‘s. Hierbij worden vuiltjes of ongewenste delen op het origineel onzichtbaar ‘weggeschilderd‘.

Rillen
Het ‘indrukken‘ van een lijn in dikkere papiersoorten op de plaats waar het papier gemakkelijk te vouwen moet zijn.

Ritsen
Het aanbrengen van een perforatie in papier of karton teneinde een zuivere vouw te waarborgen.

Romandruk
Gewoonlijk lichtgelijmd papier met enige opdikking, gebruikt voor het drukken van ‘leesboeken‘.

Rug
De gesloten zijde van een boek of brochure, waar de katernen zijn vastgezet (genaaid en/of gelijmd).

Rugtitel
De naam van de auteur en titel van het boek of tijdschrift op de rug.

Rugwit
Wit (onbedrukt gedeelte) dat zich bij twee naast elkaar geplaatste pagina‘s tussen de zetspiegel en de rug van het boek bevindt.

Satinage
De gladheid van het oppervlak van het papier.

Satineren
Het doorvoeren van een papierbaan door een satineerkalander met als doel het oppervlak van het papier te effenen en het realiseren van glans.

Scannen
Door middel van licht wordt een foto of dia, lijn voor lijn afgetast, daarna verdeeld in de vier drukkleuren (cyaan, magenta, geel en zwart) en op film lijn na lijn inbelicht, gerasterd en al.

Schoongesneden
Een afgewerkt drukwerk dat aan alle kanten besneden is.

Snijwit
Ruimte tussen het drukbeeld en de linker- of rechterzijde van de papierrand.

Spot
Plaatselijk of uitgespaard voorzien van veredeling

Spotvernis
Het aanbrengen van een vernislaag op bepaalde delen van het papier. Dit kan bijvoorbeeld UV-lak of persvernis zijn.

Staaldruk
Verhoogd beeld d.m.v. staalstempel, pasta en hitte. Is niet geschikt voor gebruik in laserprinters, beperkte PMS kleuren.

Staartwit
Ruimte tussen het drukbeeld en de onderzijde van de papierrand.

Stansen
Met een scherpe, speciaal gemaakte mesvorm onregelmatige gaten in of vormen aan drukwerk aanbrengen.

Stansmes
Mes dat gebruikt wordt om onregelmatige vormen uit drukwerk te snijden, bijvoorbeeld bij gedrukte verpakkingen. Het speciaal vervaardigde mes snijdt in één keer de vorm uit.

Stansvorm
De afbeelding van de vorm die het stansmes krijgt.

Stempelen
Het aanbrengen van een verdiepte indruk door middel van verhitte vormen, soms in combinatie met bladgoud.

Stencildruk
De vermenigvuldiging van tekst door middel van een op de schrijfmachine vervaardigd stencil.

Steunkleur
Tweede kleur, naast het zwart

Stofomslag
Een extra omslag (los) om de boekband, ter bescherming van deze band.

Stramien
Vastgelegde afspraken in een lay-out over de zetbreedte, zetspiegel, paginering enz. van een boek of krant (dmv. lijnen). Waardoor de vormgever meer éénheid en samenhang aanbrengt.

Sulfaatkarton
Bijzonder taai, houtvrij karton, gemaakt van sulfaatcelstof uit naaldhout.

UV-lak
Hoogglanslak voor drukwerk met zeer sterke eigenschappen die door middel van UV-licht (ultraviolet) op de drukpers gedroogd wordt.

UV-vernis/lak
Ultra Violet drogende vernis/lak hoogglanzend of mat, kan breken.

Uitsparen
Het feitelijk niet drukken van teksten, lijnen of afbeeldingen op achtergronden. Indien elementen uitgespaard worden in een gekleurde achtergrond op wit papier levert dit dus een wit beeld op.

Verlooptint
Een tint/beeld dat van licht naar donker verloopt.

Vouwlijntje
Dun lijntje dat wordt meegedrukt om aan te geven waar bij de afwerking moet worden gevouwen.

Vrijstaande afbeelding
Deel van de afbeelding dat overblijft, nadat de achtergrond is verwijderd, zodat deze vrij in de ruimte of op een andere achtergrond geplaatst kunnen worden.

Zeefdruk
Druktechniek waarbij de inkt door een zeef op het te bedrukken materiaal wordt gebracht. Toegepast in veelal kleine oplagen, voor zeer dekkende inkten en het bedrukken van bijv. kunststoffen en t-shirts.

Zetspiegel
Het bedrukte deel van een pagina.